De
morgen is gekomen, maar nóg, Heer, is het nacht.
De
ster heeft wel geschenen, maar U heeft men veracht.
De
engelen, zij zongen, maar wie hoort nú hun lied?
De
herders knielden neder, maar wij, Heer, doen dat niet.
Wij
trekken door woestijnen, maar òns geleidt geen ster.
Omdat
wij U niet zoeken, blijft ook Uw licht ons ver.
Maar
zijt Gij niet gekomen voor ’t volk, dat U niet zocht?
En
hen, die U niet kenden, die hebt Gij vrijgekocht.
’t
Is weer Advent en stralend ontsteekt Ge Uw grote licht.
Wij
staan met blinde ogen – Heer, open ons gezicht!
En
open onze oren, opdat uw vredegroet
onze
nú stomme monden, voor eeuwig danken doet!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten