Gij zijt van eeuwigheid en nooit begonnen;
van al wat leeft de vloeiende Fontein;
het eeuwig Licht, veel klaarder dan de zonnen,
die door Uw licht eenmaal ontstoken zijn.
De zuiv’re luchten hebt Gij uitgesponnen
en ’t hemelblauw welft als een teer gordijn.
Gij zijt de Sterke, nimmer overwonnen,
al spuwt de boze met zijn hels venijn.
Gij schenkt het leven aan uw creaturen.
Gij hebt voor mens en dier een woon gesticht
en telt van alle schepselen de uren.
Gij roept na elke nacht het morgenlicht.
Wie kan als Gij het groot heelal besturen?
Niets is verborgen voor Uw aangezicht.
M. Nijsse
M. Nijsse
Geen opmerkingen:
Een reactie posten